vier mei gedicht 2018

Verzet

Iemand gooit een steen in de gracht

wacht tot de kringen zijn verdwenen

de watervogels neergestreken.

 

De eerste pluizen van paardenbloemen

zweven door de lucht, een man vindt ergens

oude brieven, leest wie hij vroeger was.

 

Bij de grote kerk jaagt de wind op een plastic zak

de ophaalbrug blijft openstaan,

mensen komen te laat voor de bus.

 

Tuindeuren klepperen, moeders wachten,

de IJssel stroomt, het begint zachtjes

te regenen op de kinderkopjes

 

Hier zijn geen slachtoffers, geen helden,

geen sabotage, niemand denkt eraan

de trekker over te halen.

 

Verzet is een kind dat niet naar school wil

een zwembad dat niet gebouwd wordt of

een boze brief in de IJsselbode.

 

Wat een geluk.