Gevel teken Cultuurhuis

Toen jij

Toen jij nog een baby was

en in je luier plaste

je wieg een klein coconnetje

waar je zo fijn in paste.

Toen was hier niets, stel je eens voor

alleen een grote, lege plek

geen school, geen plein en ook geen klas

dat is toch best wel gek.

Waar nu je stoel staat en je tafel,

groeiden toen paardenbloemen en gras

en op de plaats van het klimrek

was het één grote modderplas.

Nu ga je hier elke dag naar school,

je groeit en leert maar door totdat

je klaar bent om de sprong te wagen,

naar een andere school in een andere stad.

Dan kruip je uit je coconnetje,

spreidt je vleugels uit, een nieuw begin

vliegt weg als de vlinder op de muur

de wijde wereld in.

Nog later loop je met je eigen kindje

aan je hand de school voorbij

kijk, zeg je dan, dát is mijn school

en dát stukje vlinder, dát is van mij.